“Geven als een daad van aanbidding!”

Door: Dik Kooij

25 januari 2020

“Geven als een daad van aanbidding!”

“Zo werd het volk ervan weerhouden om nog meer te brengen.”(Ex. 36:6b)

Van tijd tot tijd worden we aangespoord om in ons geefgedrag onze verantwoording te nemen voor kerk en Koninkrijk. Daar is niets mis mee. Die aansporing hebben we ook als mensen die van Gods genade mogen leven blijkbaar steeds weer nodig! We hebben er in onze gemeente zelfs een commissie “offervaardigheid” voor in het leven geroepen die goed werk heeft mogen doen! Daar zijn we dankbaar voor.

Toch kan de vraag je bespringen: “wanneer is het nou eens genoeg?” Of misschien wat negatiever geformuleerd:”is het dan nooit genoeg?” Moet er nu altijd aan je getrokken worden?

Zeg, zou de omgekeerde beweging ook mogelijk kunnen zijn? Dat je i.p.v. aangespoord, afgeremd moet worden? En toch komt dat voor in de Bijbel, nog wel in het OT, bij de bouw van de tabernakel voor God.

Om het hele verhaal compleet te maken moeten we wel beginnen bij het begin.

Mozes heeft als leider van het volk het model van de tabernakel met alle toebehoren voor ogen gekregen toen hij in aanwezigheid van de levende God op de berg van Gods heerlijkheid mocht zijn. ( Ex. 25:9)

Na een afschuwelijk dieptepunt van radicale verbondsbreuk van de kant van het volk Israël (het gouden kalf etc.) pakt God in Zijn onuitsprekelijke genade de draad weer op. Dat God ook na zo’n daad van miskenning en afwijzing alsnog bij Zijn volk wil wonen is niet te bevatten.

Maar de ontlading van Gods boosheid over de “gouden kalf-zonde” van zijn volk, heeft ook bij de Israëlieten het nodige teweeg gebracht. Gods straffende Hand en vergevende genade heeft berouw en bekering gebracht. In Ex. 34 vernieuwt God het verbond. En de mensen komen werkelijk diep onder de indruk van Gods heerlijkheid en goedheid. Er komt en groeit bij de mensen een houding van daadwerkelijke aanbidding!

Tegen deze achtergrond klinkt in Ex. 35 en 36 de opdracht om vrijwillig te geven en zich gewillig in te zetten voor de bouw van de tabernakel als ontmoetingsplaats voor God en Zijn volk.

Hoewel Mozes glashelder heeft hoe de tabernakel eruit moet gaan zien, weet hij niet hoeveel kostbaar materiaal daarvoor nodig is. In feite weet alleen God wat er nodig is. En de kundige en kunstige bouwers ontdekken het al bouwend: er is nu meer dan genoeg aan zilver, goud, edelstenen, purper, kostbaar hout en noem maar op. ( Ex. 36:2-7)

En dan lezen we die merkwaardige tekst:”het volk moest ervan weerhouden worden om nog meer te geven.”

Hoe kun je nu zo radicaal van verlangen naar materiële welvaart en zelfs hebzucht bevrijd zijn?

Dat kan alleen als je iets…als je Iemand ontdekt hebt die al ons goud en zilver mijlenver te boven gaat. Zo diep zijn de mensen onder de indruk van Gods grootheid en goedheid dat ze hun mooiste bezittingen en sieraden a.h.w. zien opglanzen in het licht van God! Alle sieraden  ( er worden er heel wat opgesomd, Ex. 35: 20-29) zullen God veel “beter staan”, dan dat wij ze zelf dragen! En in en onder het geven groeien en gloeien de harten van de mensen in vrijgevigheid en aanbidding. Een wonder om heilig jaloers op te worden!

En toch….al met al gaven de Israëlieten, diep in het OT,  vanuit een ‘schraal” evangelie en vanuit een beperkt zicht op de levende God.

Maar nu! Anno 2020.

Laten wij in de Nieuw Testamentische bedeling ons nu eens schatrijk rekenen. Want zoals God Zich als Vader nu in Christus Jezus heeft bekend gemaakt! In het volmaakte offer, in het volbrachte werk van Zijn eigen Zoon! We zijn als gelovige gemeente zo onvoorstelbaar rijk in Christus Jezus!

Meer dan ooit ligt de weg open om al onze aardse rijkdommen en welvaart te relativeren in het licht van en zicht op Gods genade en ontferming in onze Here Jezus Christus.

In het licht van het NT. gaat het daarbij om veel meer dan een kerkgebouw met alles wat daarbij komt kijken. Geroepen om zelf de tempel te zijn waarin de Heilige Geest komt wonen, investeren we meer in mensen dan in gebouwen. In mensen en mogelijkheden om God bekend te maken in de wereld om ons heen.

Maar het principe is hetzelfde: in het licht van en met het zicht op Gods heerlijkheid is vrijwillig geven, waarbij we zelfs onszelf mogen geven aan God en aan elkaar een daad van aanbidding van God bij uitstek.

                                                                 ds. Jan Breman.

P.s. Overigens mogen we met grote dankbaarheid constateren dat het wonder van Ex. 36:6b zich ook in onze gemeente in zekere zin mocht herhalen. Er is over 2019 meer dan genoeg gegeven voor de dienst aan God en de naaste! We hoeven er nog net niet van weerhouden te worden om te geven! J 

0 reacties