Menu
 
 
 
Predikant
 
ds. J. Breman

Telefoon:
E-mail:
Dominee J. Breman
078-6208423
predikant@cgk-zwijndrecht.nl

Meditaties
 
 

Historie

Historisch overzicht van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zwijndrecht

Hieronder volgt een historisch overzicht van het kerkelijk leven van onze gemeente. Aangezien alle kerkelijke archieven van voor de kerkscheuring van 1965 ontbreken, moest er veel vanuit persoonlijke herinneringen worden opgebouwd.

Het begin lag eigenlijk ten tijde van de afscheiding van 1834. Vanaf 1836 bestond er in Zwijndrecht een “Christelijke Afgescheiden Gemeente”, die voornamelijk de richting van ds. Scholte toegedaan was. In 1841 kreeg deze gemeente zelfs een eigen kerkje aan het Slagveld.
Door allerlei interne strubbelingen in de gemeente, viel deze in 1843 uiteen. Een groot deel van de leden keerde terug naar de Nederlands Hervormde kerk. Het andere deel sloot zich aan de bij de Christelijk Afgescheidene Gemeente te Dordrecht. Dit bleef aanvankelijk een klein groepje maar in de loop der jaren kwam er geleidelijk toch enige groei in.

 Hoe het verloop van de geschiedenis van deze Zwijndrechtse afgescheidenen is geweest is nog niet geheel duidelijk, maar vrijwel zeker is dat het steeds als een enigszins afzonderlijk stukje Dordtse gemeente is blijven bestaan. Samen met deze gemeente maakten zij de Hereniging van Kruisgemeenten en Afgescheidenen mee in 1869. Later waren zij ook betrokken bij de Vereniging van 1892, tussen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsch Gereformeerde Kerken. Ook toen wilden zij blijven wat zij waren, namelijk Christelijk Gereformeerd. Zij waren de overtuiging toegedaan dat het beginsel van de Afscheiding en de leer in de Christelijke Gereformeerde Kerk, die zij van harte lief hadden, het best bewaard bleef in deze kerk.

Ondanks het feit dat men zich in de Dordtse gemeente thuis voelde en men zich in de prediking zeer wel konden vinden, had het lidmaatschap toch wel zijn bezwaren. Om de kerkdiensten, toendertijd in de kerk aan de Museumstraat, mee te kunnen maken, moest men met een bootje van Zwijndrecht naar Dordrecht roeien. Dikwijls werden ook dopelingen op deze wijze over het water vervoerd. De doordeweekse preekbeurten werden veel al ook bijgewoond, al kon men dan gebruik maken van het veerpontje. Buiten dit praktische bezwaar was er bij een aantal leden tevens het principiële bezwaar dat men door steeds op zondag te reizen, afbreuk deed aan de zondagsrust. Daarbij kwam dat de jaren 1914 - 1918, de jaren rond de Eerste Wereldoorlog, in alle opzichten moeilijke jaren waren. Gezien de toename van het aantal leden in Zwijndrecht wilde men in 1916 ertoe overgaan samenkomsten te beleggen in Zwijndrecht. Deze samenkomsten vonden plaats in het huis van de Wed. B. van Gelderen aan de Wilhelminastraat 33.

Hoewel er nog geen sprake was van eigenlijke kerkdiensten, men kon meer denken aan het houden van gezelschappen, was de kerkenraad van Dordrecht daar niet zo erg voor. Men vreesde dat één en ander afbreuk zou doen aan een geordend kerkelijk leven. Anderzijds was er begrip voor de ontstane bezwaren en nam bij de kerkenraad het besef toe dat men in Zwijndrecht toegroeide naar een eigen gemeente.

In 1917, het jaar waarin ds. L.H. van der Meiden, de latere hoogleraar aan de Theologische School te Apeldoorn, predikant te Dordrecht werd, bestond het aantal leden uit Zwijndrecht uit 23 belijdende leden en 50 doopleden. Onder leiding van ds. Van der Meiden had de kerkenraad in 1917 een aantal gesprekken met een deputatie van broeders uit Zwijndrecht, te weten L. Lommers en J. de Waard. Ook werden er regelmatig diensten gehouden in het huis van de Wed. van Gelderen, waarin een ouderling uit Dordrecht voorging. Eén en ander leidde ertoe dat de kerkenraad van Dordrecht een vervroegde vergadering van de Classis Dordrecht liet bijeenroepen, op welke vergadering de Classis akkoord ging met de voorgenomen instituering van een gemeente in Zwijndrecht.

 Onder auspiciën van een commissie uit de kerkenraad van Dordrecht werden op 22 en 27 februari 1918 ambtsdragers verkozen. Onder de eerste ambtsdragers vinden we de namen van de ouderlingen L. Lommers, J. Mol en J. de Waard en van de diakenen C. v.d. Burg en C.L. Bezemer. Van deze mensen maken sommige kinderen en (achter)kleinkinderen nog steeds deel uit van onze gemeente.

Op 8 maart 1918 werd onder leiding van ds. L.H. van der Meiden de Christelijke Gereformeerde Kerk geïnstitueerd en werden de ambtsdragers bevestigd. Dit alles had plaats in een lokaal van de Openbare Lagere School aan de Onderdijkserijweg, nabij het Slagveld, de zogenaamde Gemeenteschool No.2.
In dit schoolgebouw, later werden 2 lokalen gebruikt, werden steeds de Godsdienstoefeningen gehouden. Meestal werd er een preek gelezen en een enkele maal ging een predikant voor, veelal de consulent ds. L.H. van der Meiden. In die tijd groeide de gemeente vrij snel, zodat al gauw gedacht werd aan een eigen kerkgebouw. De plannen werden werkelijkheid en op 29 augustus 1919 kon een nieuw gebouwde kerk, het z.g.n. kleine kerkje, staande op de hoek van de Molenweg, later Lindelaan en de Nieuwelaan, later Burg. de Bruïnelaan, in gebruik worden genomen. Ds. L.H. van der Meiden mocht als eerste in deze kerk die ongeveer 200 zitplaatsen had, het Woord bedienen.

Nu men een eigen kerkgebouw had, groeide ook het verlangen naar een eigen predikant. Een beroep werd uitgebracht op ds. K. Groen te Bunschoten. Deze nam het aan en zo mocht de jonge gemeente van Zwijndrecht in januari 1920 in hem zijn eerste predikant begroeten. Het was onder ds. Groen een goede tijd. Het gemeentelijk leven breidde zich steeds meer uit en de gemeente groeide verder, zo snel dat binnen een jaar na de intrede van ds. Groen reeds gedacht werd aan een uitbreiding van het kerkgebouw.

Besloten werd om niet te verbouwen, maar als het ware over het bestaande gebouw een nieuwe kerk te bouwen. Dit werd de oude Christelijke Gereformeerde Kerk aan de Burg. de Bruïnelaan, zoals vele oud-Zwijndrechters die zich zullen herinneren. In het voorjaar van 1922, de precieze datum ontbreekt, werd dit kerkgebouw in gebruik genomen. Het gebouw telde ruim 600 zitplaatsen. Kort daarna werd naast de kerk ook nog een pastorie bijgebouwd.

De groei van de gemeente zette gestaag door, ook na het vertrek van ds. Groen naar Baarn in het najaar van 1925. Zo is er op een gegeven moment sprake van de overkomst uit andere kerken van 18 nieuwe leden en doopleden op éénmaal, iets wat wel vaker voorkwam. Na het vertrek van ds. Groen werd het beroepingswerk snel ter hand genomen. In juni 1926 werd een beroep uitgebracht op ds. J.P. Meijering te Nieuwpoort. Ds. Meijering bedankte echter voor dit beroep. Hoe groot was echter de vreugde toen in januari 1927 ds. Meijering zelf om een tweede beroep vroeg.

Zo kwam ds. Meijering in april 1927 naar Zwijndrecht. Ruim 15 jaren, tot september 1942, werkte hij, onder soms zeer moeilijke omstandigheden in de gemeente. Die moeite lag vooral in het feit dat in zijn ambtsperiode de crisisjaren vielen. De financiële problemen in vrijwel elk gezin hadden ook consequenties voor het inkomen van de kerk. De kas der kerk stond toch al onder spanning door de gebrekkige financiering bij de bouw van de nieuwe kerk in 1922. De armen moesten worden gekort in hun ondersteuning en om de lasten wat te verlichten ging ds. Meijering er op eigen initiatief toe over zijn traktement te verlagen. De nood bleef echter stijgen en tenslotte leidde dat ertoe dat in de Part. Synode van het Zuiden in alle kerken voor Zwijndrecht een collecte werd gehouden. Dat hielp enigszins. In de tijd van ds. Meijering werd ook de mobilisatie afgekondigd en was er het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het was dus geen gemakkelijke periode voor deze predikant, die door zijn herderlijke optreden en door zijn innemende persoonlijkheid in Zwijndrecht geliefd was. Nog vele jaren nadien, tot in deze tijd nog wordt over deze trouwe dienaar en zijn vrouw, met waardering gesproken. Midden in de oorlogsjaren, hij was toen al 62 jaar, kreeg ds. Meijering een beroep naar Maassluis, dat hij aannam. In september 1942 vertrok hij naar deze gemeente.

 In de vacante periode die nu aanbrak, pakten als gevolg van de Duitse bezetting, zich donkere wolken boven de gemeente samen. Nog maar kort na het vertrek van Ds. Meijering werd de pastorie, die nu leeg stond, door de overheid gevorderd ten behoeve van de Duitse Wehrmacht. Allerlei maatregelen van de bezetter beperkten het maatschappelijk en ook het kerkelijk leven. Desondanks begon men toch weer met het beroepingswerk.

Dit leverde aanvankelijk niets op tot in april 1944 een beroep werd gedaan op ds. Zijderveld te Zaamslag. Op 23 mei 1944 kwam het blijde bericht dat deze het beroep had aangenomen. Helaas kwam er van de overkomst van ds. Zijderveld niets terecht, omdat het oorlogsgeweld inmiddels de provincie Zeeland had overspoeld. Reizen en communicatie waren daardoor onmogelijk. Zodoende was de gemeente, in dat laatste moeilijke oorlogsjaar, met de ellende van de hongerwinter, herderloos. De Here zorgde echter voor Zijn kerk.

Na de bevrijding kwam het contact weer tot stand en in augustus 1945 kon ds. Zijderveld eindelijk tot predikant worden bevestigd. De jaren die nu volgden waren in het algemeen goede jaren voor de gemeente. Ds. Zijderveld was naar veler mening een begaafd prediker. Financieel ging het eindelijk ook wat beter en in 1948 kon zelfs worden overgegaan tot de aanleg van elektrisch licht in de kerk.
Tussen de predikant en de kerkenraad boterde het niet altijd, een gevolg van het soms wat eigenmachtig optreden van ds. Zijderveld. Zo vervulde hij doordeweekse preekbeurten zonder instemming en maakte hij plannen voor emigratie, ook voor kerkleden, zonder toestemming van de kerkenraad. In de zomer van 1948 nam ds. Zijderveld een beroep aan van de Old Chr. Reformed Church te Grand Rapids (U.S.A.).
Op 16 september 1948 preekte hij afscheid. Voor hij naar Amerika vertrok, op 3 november 1948, trad ds. Zijderveld, die tot dan toe vrijgezel was, nog in het huwelijk met mej. Baars uit Utrecht. Het huwelijk werd in Zwijndrecht kerkelijk bevestigd.
Ruim 2 jaar was de gemeente vacant toen een beroep werd uitgebracht op kandidaat M.S. Roos te Naarden. Deze was al sinds 1946 “lerend ouderling” te Naarden en nu kandidaat geworden naar artikel 8 D.K.O. Hij nam het beroep aan en werd op 8 februari 1951 te Zwijndrecht, als zijn eerste gemeente, bevestigd. Ds. Roos was toen al 53 jaar. Het gemeentelijk leven in de ambtsperiode van ds. Roos kenmerkte zich door rust. Het was een goede tijd in de gemeente. In die periode viel ook de watersnoodramp van 1 februari 1953, waarbij Zwijndrecht als door een wonder voor een grotere ramp gespaard bleef. Ds. Roos was een predikant die in zijn preken steeds weer mocht wijzen op de lankmoedigheid van God.
De jeugd had een grote plaats in zijn hart en het deed hem goed om op 8 juli 1954 de eerste steen te mogen leggen, voor een naast de kerk, nieuw te bouwen jeugdgebouw. Een ander belangrijk moment tijdens zijn ambtsperiode was de uitgave van een eigen kerkblad in 1955, onder de naam “Contact”, een blad dat reeds twee jaar verscheen onder verantwoordelijkheid van het Verband van Verenigingen. In 1956 nam ds. Roos een beroep aan naar de gemeente te Alphen a.d. Rijn. Op 28 augustus 1956 was de afscheidsdienst en daarmee beëindigde hij zijn dienstwerk in Zwijndrecht.

Na ongeveer een jaar werd ds. E. Venema te Maassluis beroepen, die dit beroep aanvaardde. Hij werd op 6 november 1957 te Zwijndrecht bevestigd.

De periode met ds. Venema was in alle opzichten niet de beste voor Zwijndrecht.Op zondag 7 februari 1965 scheurde de gemeente. Met het grootste deel van de gemeente en kerkenraad stelde hij zich buiten het verband van de Christelijke Gereformeerde kerken. Dit met medeneming van alle kerkelijke bezittingen, waaronder ook het bijna gereed gekomen nieuwe kerkgebouw, thans Eben-Haëzerkerk aan de Burg. Jansenlaan.

Men ging verder onder de naam Christelijke Gereformeerde Kerk in Hersteld Verband (H.V.). Voor de ongeveer 270 leden die overbleven en de Christelijke Gereformeerde Kerken trouw wilden blijven was dit een harde klap. Men bezat werkelijk niets meer, zelfs geen collectezakje. Wat men wel had was het geloof, het zeker weten en vertrouwen dat de Koning der Kerk zich over deze kleine kudde, dit deel van Zijn kerk, zou ontfermen. Reeds op de volgende zondag, 14 februari 1965, kwam de gemeente weer bijeen in de Gereformeerd Vrijgemaakte “Maranathakerk”, waar we de komende jaren te gast zouden zijn. De consulent ds. C. Smits van Sliedrecht bediende het Woord uit Johannes 1: 29b “Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt”.
Ondanks alle leed en droefheid die er was, de scheur liep niet alleen door vriendenkringen, maar ook dwars door families en gezinnen, soms zelfs tussen man en vrouw, volgde er een heerlijke tijd.
In de nu volgende tijd, ruim anderhalf jaar, behoefde geen preek gelezen te worden. Uit alle oorden van ons land kwamen de predikanten, ongeveer 70 in getal, om het Woord en de Sacramenten te bedienen. Van alle zijden, zowel van kerkelijke zijde alswel van de zijde van de burgerlijke overheid en door particulieren, werd op allerlei manieren hulp geboden. Wat nog belangrijker was, dat een nieuw elan zich baan brak. Het gemeentelijk en verenigingsleven bloeide als nooit tevoren. De offervaardigheid in de gemeente was groot. Acties en verkoopdagen werden gehouden met geweldige financiële resultaten.

Het geloof werd niet beschaamd. Al spoedig ging men denken aan het beroepen van een eigen predikant en aan de mogelijkheid van kerkbouw.

In februari 1966 ging er een beroep uit naar ds. G. Leendertse te Drogeham. Tot grote teleurstelling van de gemeente, die erop rekende dat het beroep wel zou worden aanvaard, bedankte hij. Zou God Zijn gena vergeten? Of was Zijn weg anders? Het was een ontroerend moment voor de gemeente toen in augustus de kerkenraad meedeelde dat ds. Leendertse zelf om een tweede beroep had gevraagd. Algemeen was de gedachte dat dit van de Here geschiedt was. Op 16 november 1966 werd ds. G. Leendertse te Zwijndrecht bevestigd door de consulent ds. P. den Butter te Gorinchem.
De tekst waarmee ds. Leendertse intrede deed was 2 Korinthe 5: 20 “Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade, wij bidden van Christuswege, laat u met God verzoenen!”. Een rijke tijd brak er voor de gemeente aan. Met deze predikant kwam zoals sommigen dat uitdrukten, “het Woord weer op de kansel”. De gemeente werd gevoed en gebouwd door de prediking van ds. Leendertse. Samen met zijn vrouw verrichtte hij zijn herderlijke taak in de gemeente zo, dat vele ouderen de tijd met ds. Meijering weer in herinnering kwam. De zondagavonden van de jeugd in de pastorie zijn onvergetelijk, De ambtsperiode van ds. Leendertse kende vele hoogtepunten.

Een belangrijke datum was 29 november 1967. Op deze dag mocht de gemeente na veel biddend werken en werkend bidden het nieuwe kerkgebouw, de “Rehobothkerk” in gebruik nemen.
Dankbaar mochten wij gedenken hoe de Here ons ruimte had gemaakt. Rijk werd ervaren dat Hij Zijn Kerk bouwt en bewaart. In de maand daaraanvolgend, op zaterdag 9 december 1967, werd het prachtige nieuwe orgel in gebruik genomen. De orgeladviseur, de bekende organist Jan Bonefaas, deed dit door een orgelconcert op dit orgel te geven. Op zondag 10 maart 1968 werd op sobere wijze herdacht dat onze gemeente 50 jaar tevoren was geïnstitueerd.

Ds. G. Leendertse hield in de middagdienst een herdenkingspredikatie met als tekst Klaagliederen van Jeremia 3: 22,23 “Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben. Zij zijn alle morgen nieuw, Uw trouw is groot.”

Deze preek werd in eigen beheer uitgegeven en aan alle gemeenteleden uitgereikt. Tijdens de ambtsbediening van ds. Leendertse, die zeker niet zonder vrucht is gebleken, groeide de gemeente van ruim 300 naar ruim 400 leden. Een groot aantal leden die met H.V. waren meegegaan keerden ook terug.

Op 21 januari 1973 nam ds. Leendertse afscheid van de gemeente wegens zijn vertrek naar Middelburg. Hij bediende daarbij het Woord, voor de laatste maal, uit Filipenzen 1: 1-11, over de liefde en blijdschap. Een vacante periode van ruim twee en een half jaar brak aan. Het gemeentelijk leven stabiliseerde zich. De ergste pijn en het verdriet van na de kerkscheuring sleten weg en men was dankbaar voor een goed gezond kerkelijk leven.

Het beroepingswerk werd weer ter hand genomen en dit leidde ertoe dat in 1975 ds. H. Wubs te Hengelo (O.) een beroep naar Zwijndrecht aannam. Op 27 augustus 1975 werd ds. Wubs door zijn studievriend J. Dol van Sneek bevestigd in zijn dienstwerk te Zwijndrecht. Hij ving dit werk aan met een preek over 2 Petrus 1: 19 “En wij hebben het profetisch Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte en de morgenster opga in uw harten,”
De ambtsbediening van ds. Wubs kenmerkte zich, na de periode van herstel en opbouw, door een evenwichtige aanpak en een praktische woordbediening.

De gemeente groeide gestaag, maar de gang daarin was er, mede als gevolg van de beginnende kerkverlating, toch uit. Op 8 maart 1978, de avond van de biddag, werd er in de dienst op summiere wijze herdacht dat het 60 jaar geleden was dat de gemeente werd geïnstitueerd.

In april 1981 werd in onze gemeente in de erediensten de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, de z.g.n. nieuwe vertaling, ingevoerd. De kerkenraad was de overtuiging toegedaan dat de gemeente, en zeer zeker de jeugd, daarmee gediend waren. Helaas waren er een aantal leden die daar consequenties aan verbond. In de daaropvolgende maanden onttrok zich een 30-tal leden.

Eveneens in 1981 kreeg ds. Wubs een beroep naar de gemeente van Dordrecht-Zuid, voor de arbeid onder varenden, in opdracht van Deputaten voor de Geestelijke Verzorging van Varenden. Ds. Wubs nam dit beroep aan en op 20 september 1981 nam hij afscheid van de gemeente en bediende hij het Woord uit 2 Petrus 3: 14, 15a en 18 “Daarom geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor hem in vrede, en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid; wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag der eeuwigheid.”

 Weer brak een vacante periode aan, maar ook thans ging de bearbeiding van de gemeente en de prediking door. Eén van die dingen die ter hand werd genomen was een begin van contactleggen met de Nederlands Gereformeerde Kerk van Zwijndrecht, om te komen tot het houden van samensprekingen. Ook het beroepingswerk werd weer ter hand genomen. Na een paar teleurstellingen, werd de gemeente na een vacante tijd van nog geen twee jaar verblijd met de komst van de eerste theologische kandidaat voor Zwijndrecht, kandidaat H.C. Mijnders uit Veenendaal.
Op 3 juni 1983 werd hij door zijn schoonvader, ds. J. Brons van Urk, bevestigd. In die dienst verbond ds. Mijnders zich aan de gemeente met de woorden uit Psalm 23: 1 “De Here is mijn Herder, mij ontbreekt niets.”  Een goede en vruchtbare periode brak voor de gemeente aan en dit vruchtbare sloeg niet in de eerste plaats op het ledenaantal, maar vooral op geestelijk groei, de geloofsverbondenheid aan Jezus Christus. De prediking van ds. Mijnders, hierop gericht, en op het ernst maken met de heiliging van het leven, kreeg effect in het leven van de gemeente. Tijdens zijn ambtsperiode werd begonnen met de samensprekingen met de Nederlands Gereformeerden en waren er zelfs gezamenlijke gemeente-avonden.
Ook werd, nadat deze door de Generale Synode waren vrijgegeven, begonnen met het zingen van een lied uit de bundel “Schriftberijmingen” voor de aanvang van de dienst. Na een proefperiode besloot de kerkenraad, gehoord de gemeente, deze liederen ook te zingen in de erediensten. Een ander belangrijk moment was het besluit van de kerkenraad en gemeente om hulp te gaan verlenen aan derden. Gekozen werd voor hulp aan de zustergemeente van Alblasserdam. Door een bepaald bedrag te garanderen werd het hun mogelijk gemaakt een eigen predikant te beroepen, die in de persoon van ds. L.C. Buijs ook kwam.

Na een ambtsbediening van bijna 8 jaar aanvaardde ds. Mijnders het beroep naar de veel grotere gemeente van Zwolle. Op 10 maart 1991 hield ds. Mijnders zijn afscheidspreek over Hebreeën 13: 20,21 “De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote Herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed, om Zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe wat in Zijn ogen welbehaaglijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.”  De vakante periode die nu aanbrak duurde wel erg kort, nl. 7 maanden. Het eerste, beste  beroep dat werd uitgebracht op ds. J. van ‘t Spijker van Nieuw-Amsterdam, werd tot onze grote blijdschap door hem aanvaard.

Op 4 oktober 1991 werd ds. van ‘t Spijker bevestigd in een dienst waarin zijn vader, Prof. dr. W. van ‘t Spijker, voorging. Ds. van ‘t Spijker deed intrede met een preek over 2 Corinthe 4: 5 “Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here, en onszelf als uw dienaren om Jezus wil.” Al snel namen ds. en mw. Van ‘t Spijker hun plaats in de gemeente in. De ambtelijke dienst van ds. kenmerkte zich voor de gemeente als een periode van rust en gestage groei. Ds. zette zich samen met zijn vrouw in voor de gemeente. Het pastoraat ontving veel nadruk en de prediking was, met name door een aantal gerichte themadiensten, voor de jeugd erg aansprekend.

Er werd begonnen met het houden van samensprekingen met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) van Zwijndrecht en Zwijndrecht-Groote Lindt. De Commissie Hulpverlening, ingesteld voor de hulp aan de zustergemeente Alblasserdam, verrichtte veel werk waardoor het geld dat niet aan Alblasserdam besteed hoefde te worden, aan andere doelen gegeven kon worden aan zusterkerken in Frankrijk en Roemenië.
Op 8 maart 1993 mocht de gemeente gedenken en herdenken dat 75 jaar daarvoor de gemeente van Zwijndrecht werd geïnstitueerd. Op die datum werd een herdenkingsdienst gehouden, waarin naast ds. Van ‘t Spijker als liturg, voorging ds. G. Leendertse en ook de di. H. Wubs en H.C. Mijnders toespraken hielden.
In die dienst werd een gedenkboek aangeboden aan de kerkenraad, met de titel “Niet wagen, maar gelooven”. Rond de datum van de herdenking werd in de grote zaal van de kerk een week lang een tentoonstelling gehouden met een overzicht van de geschiedenis van de gemeente.
Ervaren mocht worden dat de Here goed is. Een saillant gebeuren was de radiokerkdienst op de Biddag van 13 maart 1996. De dienst, waarin ds. Van ’t Spijker voorging werd wel opgenomen, maar door een storing in Hilversum niet uitgezonden. Gelukkig kon dit op de Biddag van 12 maart 1997 herhaald worden en ging alles wel goed.

Ondertussen aanvaardde ds. Van ‘t Spijker in de zomer van 1996 een benoeming van Deputaten Zending tot toerustingspredikant in het verre Mozambique. Op zondag 12 januari 1997 in de avonddienst nam ds. afscheid als gemeentepredikant van Zwijndrecht met als tekst Filippenzen 1:6 “Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk begonnen is, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus.”

Ds. en mw. van 't Spijker bleven overigens aan de gemeente verbonden, omdat Zwijndrecht als zendende gemeente zou gaan fungeren. Zij volgden nu een opleiding tot zendingswerker en verbleven korte tijd in Portugal om de taal, Portugees, goed te kunnen leren.
In de nu volgende vacante periode, waarin het werk in en aan de gemeente gewoon doorging, waren er enkele zaken van belang.
Er werd begonnen met de thuisviering van het H. Avondmaal voor langdurig zieken en gehandicapten, die de diensten in de kerk niet meer konden meemaken. Dit gebeurt in aanwezigheid van kerkenraadsleden van beide ambten.

Op 19 september 1997 werd Caroline Kleinjan in samenwerking met o.m. Deputaten Hulpverlening Binnen- en Buitenland van onze kerken door ons als gemeente uitgezonden naar het Midden Oosten om het werk onder verstandelijk gehandicapten vorm te geven en anderen te trainen in de zorg daarvoor. De voorganger in de uitzendingsdienst was onze oud-predikant ds. H.C. Mijnders en de tekst van de preek was Psalm 119 vs. 114 "Gij zijt mijn schuilplaats en mijn schild; ik hoop op Uw woord."
Kort daarna vertrok zij naar Egypte en het contact met haar werd onderhouden door een Thuisfrontcommissie. Enkele jaren later werd zij Caroline Fawzy - Kleinjan, na haar huwelijk met Youssef Fawzy op 17 oktober 2000.
Op 6 maart 1998 vond de uitzending naar Mozambique plaats van inmiddels drs. en mw. van 't Spijker door de gemeente van Zwijndrecht, in samenwerking met Deputaten Buitenlandse Zending.
De uitzendingsdienst werd geleid door prof. dr. W. van 't Spijker met een preek over Mattheus 28 vs. 20, waarna ds. zich als missionair predikant aan de gemeente verbond onder het thema "voorbede gevraagd" met als tekst Kolossenzen 4 vs. 2 - 4. Niet lang daarna vertrokken zij naar Mozambique om het toerustingswerk te beginnen. Het contact met het echtpaar Van 't Spijker bleef bestaan middels een Thuisfrontcomite en van hun kant door een nieuwsbrief "Spijkerschrift". Verder brachten de vanuit de gemeente van Zwijndrecht benoemde deputaten Zending regelmatig een werkbezoek aan onze zendingswerkers.

Ondertussen was de kerkenraad begonnen met het beroepingswerk. Na enkele beroepen die niet het gewenste resultaat hadden, nam in de zomer van 1998 drs. J. W. van Pelt uit Almelo het beroep aan.
Op 27 november 1998 werd hij bevestigd in een dienst geleid door zijn oud - leermeester, prof. dr. W. H. Velema. In  deze dienst hield drs. Van Pelt zijn intreepreek over de woorden uit Kolossenzen 1 vs. 25: "Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen”.
Het gemeentelijk leven kan tijdens zijn ambtsperiode gekenmerkt worden als kalm en gelijkmatig. De prediking en bearbeiding van ds. was gericht op een actief christen zijn, vooral in de gemeente, met een toespitsing op het onderlinge pastoraat. Er werden enkele nieuwe zaken opgestart, zoals de invoering, na een gehouden proefperiode, van het zingen van de Psalmen in de nieuwe berijming, naast de oude. Bovendien waren er ook enkele bijzondere momenten.
Op 26 maart 1999 promoveerde drs. Van Pelt aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn tot doctor in de theologie op een proefschrift, met als titel “Pastoraat in trinitarisch perspectief”, dat ook in boekvorm is uitgegeven.

Vanaf november 1999 vond, naast het kerkblad Contact, ook de uitgifte plaats van een wekelijkse nieuwsbrief onder de naam “Steigerwerk”.
Op 9 februari 2000 was er in de Rehobothkerk een EO - opname van het programma “Laat ons de rustdag wijden”, verzorgd door dr. van Pelt. De uitzending daarvan was op zaterdag 19 februari 2000.
De kerkenraad benoemde in deze periode enkele broeders en zusters tot Pastoraal medewerker / ster, die in bijzondere situaties de wijkouderlingen kunnen assisteren.
In deze jaren vielen het 50 - jarig jubileum van mannenvereniging “Immanuel” en van zangvereniging “Soli Deo Gloria”. Helaas hield de laatste in 2002 op te bestaan door gebrek aan leden met de juiste stemmen.
Op 8 maart 2001 werd de Commissie Gemeenteopbouw ingesteld, die als doel heeft de leden van de gemeente samen te binden en de onderlinge opbouw te activeren.

De samensprekingen met de Gereformeerd (vrijgemaakte) kerken hadden voortgang. In een proces van erkenning en herkenning werd in 2001 gezamenlijk het 'gele' boekje uitgegeven onder de titel "Naar een nieuwe fase”.
Ook werd door de kerkenraden een stuurgroep ingesteld, die ertoe moet bijdragen dat de leden van de drie gemeenten elkaar (beter) zullen leren kennen. Later vond een gezamenlijke vergadering plaats, waarin spreker was prof. dr. J. W. Maris.

Er werd ook een andere richting uitgekeken, want op 31 oktober 2001 was er een gezamenlijke Hervormingsavond in de Oude Kerk met de Ned. Hervormden uit de Gereformeerde Bond. In een later stadium werden met deze Ned. Hervormden op Bid- en Dankdag kindersamenkomsten gehouden.
Aansprekende momenten waren zeker ook de perioden dat fam. Van 't Spijker en Caroline en Youssef met verlof waren en ons over hun werk vertelden dat rijk gezegend werd en waarin veel zegen werd ondervonden.

Aan het einde van het jaar 2003 aanvaardde dr. van Pelt een beroep van de gemeente Oud - Beijerland. Op zondag 29 februari 2004 nam hij afscheid in een kerkdienst waarin de tekst van de verkondiging was uit Filippenzen 3 vs. 16 “maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder”.
Dit betekende voor de gemeente van Zwijndrecht weer een vacante periode. De kerkenraad ging actief aan het beroepingswerk, waarbij enkele hoorcommissies, bestaande uit diverse leden van de gemeente, werden ingeschakeld. Een zestal beroepen werd uitgebracht met helaas een negatief resultaat.

Ondanks dat was er een open oog voor de naaste, ver weg en dichtbij en groeide er een zeker missionair besef. Een bijzondere band bleef bestaan met de Buitenlandse Zending. Naast de jaarlijkse zendingsdag of -middag kwam er een Zendingszondag, geheel aan de zending gewijd. Diverse mensen die hierin werkzaam zijn presenteerden zich aan de gemeente zoals het echtpaar Wessels op een zondag in 2004. In datzelfde jaar kwam het gezin van ’t Spijker, inmiddels vermeerderd met twee in Mozambique geadopteerde kinderen, weer terug naar Nederland. De kerk daar groeide en het werk werd zo intensief dat anderen het moesten gaan overnemen. Zij bleven nog enige tijd in de gemeente van Zwijndrecht, maar na enkele beroepen nam drs. Van ’t Spijker dat van Hoogeveen aan. In een dienst op zondag 26 juni 2005 nam ds. van ’t Spijker als zendingspredikant met zijn gezin afscheid van Zwijndrecht.

Ook het werk van het echtpaar Fawzy-Kleinjan bleef doorgaan met veel zegen. Deze hulpverlening werd nadien ondergebracht in stichting De Woestijnroos.

In de laatste tijd werd door een groep leden vanuit de evangelisatiecommissie een Alphacursus opgezet. Het was fijn dat dit bij een aantal niet-kerkelijke mensen goed overkwam.

De aanbieding van de Nieuwe Bijbelvertaling van het NBG op zondag 31 oktober 2004 was een bijzonder moment. Deze vertaling was in onze kerken nog niet vrijgegeven voor de eredienst. De kerkenraad besloot deze te gaan beproeven, o.m. op de vergaderingen van de kerkenraad. De laatste jaren was gebleken dat het leien dak van de kerk aan vervanging toe was. Kerkenraad en Commissie van Administratie en Beheer zorgden in de zomer van 2006 voor nieuwe leien op het dak.

De eerste zorg van de kerkenraad is die voor de gemeente. Op voorstel van de Commissie Gemeente Opbouw werd door de kerkenraad een gemeentegroeiplan opgesteld met de bedoeling de leden van de gemeente te stimuleren in het uitdragen van het geloof.

In januari 2007 werd een nieuwe Liederenbundel in gebruik genomen voor de eredienst. Nu kon een ruimere keuze worden gemaakt uit te zingen liederen waarbij de psalmen de voorkeur bleven houden.

De samensprekingen met de Gereformeerde kerken vrijgemaakt werden intensiever. In maart 2007 gaven de drie kerkenraden de brochure “op weg naar nauwer samenleven” uit (het “gele” boekje 2), met daarin een gezamenlijke verklaring. Het verlangen om gestalte te geven aan de door God gegeven eenheid werd aan een tijdpad gekoppeld om binnen vijf jaar bij de wederzijdse classes goedkeuring te vragen voor nauwer samenleven. In het kader van elkaar beter leren kennen, werden o.m. gezamenlijke bijbelstudies gehouden. Ook werden wijksgewijs wederzijds de erediensten bezocht en afgesloten met een gezamenlijke viering van het H. Avondmaal. Dit leidde tot kritische vragen op een vergadering van de Classis Dordrecht, die van mening was dat hiermee vooruitgegrepen werd op de nog te vragen goedkeuring voor nauwer samenleven.

 De vacante tijd begon nu wel wat lang te duren. In mei 2007 kwam er echter contact tot stand met de in 2004 reeds eerder beroepen ds. J. Breman van Doetinchem, Doesburg en Nijmegen. Op 30 mei kon de kerkenraad met dank aan de Here de gemeente mededelen dat ds. Breman het beroep had aangenomen.
De overkomst van ds. Breman duurde nog wat even, maar ondertussen ging de gemeentelijke arbeid gewoon door met als hoogtepunten de kerkenraadconferentie te Schiedam – Kethel op 29 september en op 30 oktober het 60-jarig bestaan van de Mannenvereniging ”Immanuel”.

Op 30 november 2007 werd ds. Breman als predikant bevestigd door zijn studievriend en oud-pastor van Zwijndrecht ds. H.C. Mijnders van Zwolle en deed hij intrede met een tekst uit Jozua 5 : 13-15 met als thema: ”Niet Jozua, maar Jezus”.
Op zondag 20 januari 2008 werd in de morgendienst stilgestaan bij het 25-jarig ambtsjubileum van ds. Breman, met als opmerkelijk moment de toespraak van de Burgemeester van Zwijndrecht, mr. A. Scholten, die eerder bij de intrededienst door ziekte niet aanwezig kon zijn.

De Zendingscommissie ”Paulus” organiseerde op 16 februari in onze gemeente een goed bezochte Classicale Zendingsmiddag, met als sprekers ds. A. Hilbers en dr. Stefan Paas.

Een bijzonder moment was op zondag 27 april 2008 een speciale Avondmaalsdienst met gehandicapte broeders en zusters, die in Zwijndrecht een boottocht startten met ”Prins Willem Alexander”, georganiseerd door de Werkgroep Recreatie Lichamelijk Gehandicapten. De voorganger op deze zondag was onze oud-pastor ds. J. van ’t Spijker van Hoogeveen.

In mei besloten Kerkenraad en Commissie van Administratie en Beheer de mogelijkheden te gaan bezien tot uitbreiding van het kerkgebouw, m.n. de vergaderfaciliteiten.
Een feestelijk gebeuren was op zondag 15 juni 2008 in de morgendienst de viering van het 25-jarig ambtsjubileum van ds. H.C. Mijnders van Zwolle, die als gastpredikant in onze diensten voorging.

Als uitvloeisel van de plannen van Commissie Gemeente Opbouw werd in 2007 gestart met enkele Gemeentegroeigroepen gevormd met zo’n 46 gemeenteleden. In 2010 kon al gesproken worden van 7 groepen met in totaal 80 a 90 leden.
Verder werd gestart met enkele wijkgerichte activiteiten waarbij bewoners van de wijk rondom het kerkgebouw werden betrokken. In 2008 werd een buurtbarbecue (BBQ) georganiseerd die veel animo vond bij de buurtbewoners en jaarlijks werd herhaald. Ook ds. Breman liet zich niet onbetuigd want regelmatig bezocht hij wijkbewoners in hun thuissituatie om hen bij ons kerkelijk leven te betrekken maar meer nog hen te bewegen tot aanvaarding van Jezus Christus als hun Heer en verlosser.

Allerlei andere activiteiten vonden plaats om het gemeentelijke leven te stimuleren, zoals een geloofsopbouwkring maar ook werd het oog op buiten de gemeente gericht o.m. door het geven van een Alpha-cursus, later in 2010 gevolgd door een Mini Alpha-cursus.
De diaconie zette zich in voor allerlei hulpacties, waaronder veelal ook met financiële acties, m.n. via de Avondmaals- en uitgangscollecten, bijv. gezondheidszorg in Zuid-Afrika en noodhulp voor Mozambique. Datzelfde werd gedaan door de Commissie Hulpverlening, zo o.m. voor een Onderwijsproject in Sulawesi (Indonesië) enz..

Op de Gemeentevergadering van 18 maart 2009 werden door Kerkenraad en Commissie van Administratie en Beheer aan de gemeente een drietal plannen voorgelegd tot verbouw, c.q. uitbreiding van ons kerkgebouw, waarin de gemeente meeging. Op de Gemeentevergadering van 30 maart 2010 werd besloten om met een van deze plannen verder te gaan. Dit had tot gevolg dat een Bouwcommissie werd ingesteld die daarmee aan de slag ging en een Activiteitencommissie die, middels diverse acties, ging zorgen voor een bijdrage in de benodigde financiën. De gemeenteleden hadden door een flinke geldelijke steun al laten blijken achter de plannen te staan. Ook de diverse verenigingen droegen hun (bouw)steentje bij.

In de jaren 2008 tot 2010 werden regelmatig de samensprekingen met de Gereformeerd-vrijgemaakte Kerken van Zwijndrecht en Zwijndrecht – Groote Lindt voortgezet en werden ook jaarlijks gezamenlijke Gemeentevergaderingen gehouden. Voor deze avonden werden aansprekende sprekers uitgenodigd om een bijbels onderwerp te belichten. In deze eerste serie waren dat Prof. B. Kamphuis (GKv), Prof. dr. W.H. Velema (CGK) en Prof. dr. H.G.L. Peels (CGK). Er werd een punt bereikt waarbij met instemming van de gemeente door de kerkenraad werd besloten een aanvraag tot nauwer samenleven in te dienen bij de Classis Dordrecht. Op de Najaarsclassis-vergadering van 6 oktober 2010 besloot de Classis aan onze gemeente hiervoor goedkeuring te verlenen.

Het was een historisch moment toen, als gevolg daarvan, in de morgendienst van zondag 14 november 2010 in onze gemeente ds. J. Ophoff van de Gereformeerd - Vrijgemaakte Maranathakerk van Zwijndrecht het Woord bediende en andersom ds. Breman in de Maranathakerk. Zo kwam er groei in het streven naar een Schriftuurlijke eenheid.

In de eerste drie maanden van 2011 werden geen diensten in het eigen kerkgebouw gehouden. Vanwege de grootschalige renovatie van grote en kleine zaal, keuken, consistorie en toiletgroep werd in die periode voor de erediensten uitgeweken naar de Maranathakerk. In 100 dagen werd de verbouwing van de Rehobothkerk door de aannemer gerealiseerd, mede dankzij de grote inzet van vele vrijwilligers. Op zondag 10 april mocht de gemeente weer ‘thuiskomen’ in het eigen kerkgebouw. Rehoboth! Na de morgendienst op deze zondag was er een officieel moment, waarbij symbolisch de sleutel van het hernieuwde zalencomplex door de bouwcommissie aan de kerkenraad werd overhandigd.
Velen droegen hun steentje bij aan de bekostiging, zoals onder meer bleek uit de opbrengst van de ‘Supervoorjaarsmarkt’, die op 14 mei 2011 in en (tot ver) buiten het kerkgebouw werd gehouden. Portemonnees en harten gingen wijd open. Niet alleen voor het eigen kerkgebouw, maar ook voor zending en hulpverlening -tot ver over de grenzen- werd gul gegeven. Een geslaagde samenwerking tussen Actiecomité, Zendingscommissie en Commissie Hulpverlening.

Van de GKv-Vaste Burchtkerk, ontvingen we ter gelegenheid van de renovatie van ons kerkgebouw een kunstwerk, vervaardigd door zr. Coby Schipper. Het schilderij met een  kleurrijke verbeelding van de naam van ons kerkgebouw is te vinden in de consistorie.

In maart 2012 ging het project ‘Open Kerk’ van start. Tweemaal per maand wordt het kerkgebouw op dinsdagmorgen opengesteld voor mensen uit de buurt. Vrijwilligers uit de gemeente bieden een luisterend oor en zijn beschikbaar voor gesprek en ontmoeting bij een kopje koffie en soms een maaltijd. Het is fijn dat we als gemeente op deze ‘eenvoudige’ en doeltreffende manier contact kunnen leggen en onderhouden met de gasten die daar komen. Het gebed daarbij is dat de Here God dit stukje werk zal gebruiken om mensen tot een ontmoeting met de opgestane en levende Heiland te brengen!

Op Tweede Pinksterdag in datzelfde jaar klonk het evangelie tot buiten de deuren van het kerkgebouw in een openluchtdienst, waarvoor de buurtbewoners waren uitgenodigd. Velen waren op het kerkplein samengekomen rondom het levende en krachtige Woord van onze God. In de jaren die volgden groeide het fenomeen openluchtdienst uit tot een ware traditie in ons gemeentelijk leven!

Vanaf de zomer van 2012 wordt elk jaar in de vakantieperiode een reeks van gezamenlijke middagdiensten gehouden in de Maranathakerk, samen met de beide Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Ook wordt met elk van die gemeenten buiten de zomerperiode om een gezamenlijke middagdienst gehouden. Het is een aansprekende manier om de eenheid als gemeenten van Christus gestalte te geven. Ook de jaarlijkse gemeentevergaderingen met de beide GKv dienen dat doel. Aad Kamsteeg, Andries Knevel, Reinier van den Berg en Els van Dijk traden vanaf 2011 als sprekers op.
Daarnaast werd de samenwerking met de PKN (wijk Centrum) voortgezet in de vorm van de middagsamenkomst met de kinderen op de jaarlijkse bid- en dankdagen. Deze worden nu al ruim 10 jaar, afwisselend in de Oude Kerk en ons kerkgebouw, gehouden.
Op 16 december 2012 werd een dienst in ons kerkgebouw onder leiding van ds. Breman in een uitzending van ‘Zendtijd voor Kerken’ uitgezonden op Radio 5. Het thema van dienst was ‘God Zelf verwachten’ naar aanleiding van Jesaja 40.

Vanaf 2013 gaan de Zendingscommissie en de Commissie Hulpverlening met vereende krachten verder onder de naam ‘Commissie Zending en Hulpverlening’. In dat jaar kwam een einde aan de garantstelling aan de zustergemeente van Alblasserdam.

De vele kinderen in de gemeente krijgen de aandacht die ze verdienen. In de eerste plaats gebeurt dat in het club- en verenigingswerk. Daarnaast wordt elk jaar in de voorjaarsvakantie de Vakantiebijbelclub gehouden met enthousiaste inzet van een grote groep medewerkers. Fijn dat hierdoor ook kinderen van buiten de gemeente met het blijde Evangelie bereikt mogen worden!
Vanaf september 2013 wordt door een flinke groep gemeenteleden de handen uit de mouwen gestoken in het schoonmaakwerk voor de kerk. Dit deel van het voormalige kosterswerk wordt nu door vele handen licht gemaakt. Ook het tuinonderhoud wordt sindsdien door een groep gemeenteleden verzorgd.

Op tweede Kerstdag 2013 werd door de ‘Open Kerk’ voor de eerste keer een kerstmaaltijd aangericht voor gasten, die niet zelden met eenzaamheid en moeiten te maken hebben.

In 2014 werd de jaarlijkse Buurt-BBQ alweer voor de zevende opeenvolgende keer gehouden. Tegen het eind van 2014 telt de gemeente zo’n 350 leden.

Er is grote dankbaarheid voor het werk dat ds. Breman met grote toewijding in het midden van de gemeente verricht in pastoraat, catechese en verkondiging. Het gemeentelijk leven mag onder de zegen van de Here God goede voortgang hebben. Er is in deze periode elk jaar een flinke groep jongeren, die openbare belijdenis van het geloof aflegt. Het is geweldig wat God ook onder ons doet in levens van jonge mensen. Dat is reden tot grote blijdschap en verwondering voor heel de gemeente! Zo zien we dat Gods werk, door de geslachten heen, doorgaat. In dat geloof mogen we op weg zijn naar de dag waarop Jezus terugkomt en Hij Zijn Koninkrijk in heerlijkheid zal vestigen.

Halleluja, Looft de HERE, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid’ (Psalm 106:1)

 

Zwijndrecht, oktober 2014